Text Size

Vergif op ons bord. Winsthonger bedreigt onze gezondheid

De crisis van de eieren met een te hoge concentratie van Fipronil heeft de kwestie van voedselveiligheid opnieuw op de agenda gezet. Deze nieuwe crisis toont dat er geen lessen getrokken zijn uit de vorige. Na de crisis van de ‘gekke koeien’ (1996), de dioxinekippen (1999) of het gehakt met paardenvlees (2013) tonen de eieren met Fipronil opnieuw aan dat de magnaten van de agro-industrie onze voedselveiligheid opofferen om de winsten te waarborgen.

 

Foto: Flickr.com/freefoto

 

Artikel door Alain (Namen) uit de septembereditie van ons Belgische zusterblad ‘De Linkse Socialist’

Voedselonveiligheid: een gevoelige kwestie

Voedselveiligheid is een belangrijke discussie in ons land met soms verregaande politieke gevolgen. De regering-Dehaene verloor de verkiezingen van 1999 na de dioxinecrisis. De christendemocraten vlogen twee legislaturen uit de regering en er kwam een paarsgroene coalitie met de groenen (1999-2003). In 2000 werd het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) opgezet. Het doel van dit semi-publieke agentschap is exclusief beperkt tot de volksgezondheid en de bescherming van dieren. De werkgeversorganisaties uit de agro-business hebben echter een beslissend gewicht binnen het raadgevend comité van het agentschap. De bevoegde minister is overigens niet die van Gezondheid, maar de minister van Landbouw. Dit leidt tot tegenstellingen tussen publieke en private belangen.

Voedselveiligheid kan triviaal lijken gezien het niveau van ontwikkeling vandaag. We zijn in staat om sportieve prestaties te verbeteren door hersengolven te bestuderen, maar het garanderen van een basisbehoefte als voedselveiligheid voor iedereen is blijkbaar niet mogelijk, terwijl het een kwestie is die de mens al bezighoudt sinds het tijdperk van jager-verzamelaars.

De ‘vrije markt’ biedt geen antwoorden op onze behoeften. Zo werd begin dit jaar een campagne opgezet om de hongersnood te bestrijden die miljoenen mensen trof in Jemen, Zuid-Soedan, Nigeria en Somalië. Ondervoeding en een gebrek aan toegang tot drinkbaar water is het lot van meer dan een zesde van de wereldbevolking. Ook in de ontwikkelde kapitalistische landen heeft een laag van de bevolking onvoldoende toegang tot voedsel. Bovendien is er een groot probleem met de kwaliteit van voeding. Zwaarlijvigheid neemt gestaag toe en gevallen van voedselfraude halen regelmatig de voorpagina’s van de kranten. Het Fipronil-schandaal was slechts het meest recente voorbeeld daarvan.

Eieren: een miljardenbusiness

In België zijn 330 producenten goed voor 3 miljard eieren op een totale jaarlijkse consumptie van 5,03 miljard eieren. Een deel van de eieren in ons land komt uit Nederland. Daar zijn 920 producenten goed voor 10 miljard eieren per jaar met een interne consumptie van 7 miljard. (L’Echo 12 augustus).

Verschillende producenten kochten een anti-luizenproduct dat Fipronil bevat en dit kwam in het voedselproces terecht. Dat is de bron van de huidige crisis. De winsten van de eierenbusiness gingen voor op de volksgezondheid. Het schandaal heeft een impact op niet minder dan 17 landen!

Door in te spelen op tegenstellingen tussen verschillende landen, kon de agro-industrie gebruik maken van een quasi-monopolie en een slecht toegepaste wetgeving in Roemenië bovenop slechte samenwerking tussen gezondheidsdiensten van verschillende landen om zo aan de nodige controle te ontsnappen.

Volksgezondheid: een collectieve verworvenheid

Er is een groeiend wantrouwen tegenover de voedselindustrie, maar ook tegenover de publieke diensten die de voedselveiligheid moeten garanderen. Consumenten die het zich kunnen permitteren, stappen steeds meer over naar bioproducten of lokale producenten in korte voedselketens. Voeding is echter geen individueel gegeven, het is afhankelijk van elementen waar een individu geen vat op heeft.

Zo is de gemiddelde levensverwachting in Henegouwen van hetzelfde niveau als in Iran of Mexico: drie jaar minder dan het Belgische gemiddelde. De economische en sociale ongelijkheid is daar de oorzaak van. “Het zijn vooral sociaaleconomische factoren die meespelen. Als het over volksgezondheid gaat, wordt met een grote lens naar gezondheid gekeken. En wat blijkt dan? Dat ongelijkheid op gezondheidsvlak parallel loopt met sociale ongelijkheid. We zullen de gezondheidsproblemen dan ook niet oplossen zonder naar de sociale ongelijkheden te kijken. We kunnen de gezondheid niet verbeteren zonder het sociaaleconomische aan te pakken.” (Geneviève Houioux, verantwoordelijke voor het Wetenschappelijk Observatorium voor Gezondheid in Henegouwen, RTBF 20 augustus).

Veel landbouwers pleiten voor een controle op de productie om de prijzen op een niveau te houden waarop kleine bedrijven kunnen overleven. Wij pleiten voor een democratisch geplande productie in functie van de behoeften. Dit moet toelaten om de productie uit de greep van het kapitaal te halen.

De liberale denker Bernard Mandeville heeft Adam Smith geïnspireerd toen die in zijn studie over de rijkdom der naties schreef: “Wij krijgen ons avondeten van de slager, de brouwer en de bakker. Niet omdat ze ons aardig vinden, maar omdat ruilhandel hun eigenbelang dient.”

De ‘onzichtbare hand’ van de markt moest ons beschermen tegen voedselcrisissen zoals de Fipronil-crisis. Daar is niets van terecht gekomen. We moeten bouwen aan een samenleving waar de politieke economie gecontroleerd wordt door de meerderheid van de bevolking en in dienst van die meerderheid staat. In de voedingsindustrie zou dit inhouden dat hongersnood wordt gestopt en dat iedereen toegang heeft tot gezonde en kwaliteitsvoeding.