Text Size

Jess Spear: “1 mei als actiedag met stakingen is volgende stap in verzet tegen Trump”

De beweging tegen Trump staat vandaag vooraan in de strijd tegen het oprukkende rechtspopulisme. Jess Spear, één van de woordvoersters van de vrouwenmars in Seattle sprak met ons over dat verzet, en de plannen voor 1 mei.

 

Jess Spear (Socialist Alternative USA) sprak op de lanceringsdag van ROSA in België op 12 maart. Foto: Mario

 

Interview door Koerian (Gent)

Na de verkiezing van Trump ontstond een golf van verzet. Kan je ons daar iets meer over vertellen?

“De dag na de verkiezing van Trump, waren er protesten in heel het land. Socialist Alternative (de zusterorganisatie van LSP in de VS) was bij de eersten die mensen opriepen op straat te komen, om te tonen dat Trump niet onze president is, om duidelijk te maken dat we niet akkoord gaan met zijn politiek, in het bijzonder zijn maatregelen tegen migranten en moslims. Deze protesten bestonden voor het grootste deel uit jonge mensen, vaak scholieren. Ze waren nog niet oud genoeg om te stemmen, maar ze voelden aan dat Trumps politiek een negatieve impact zou hebben op hun toekomst. De meeste jonge mensen zijn erg progressief, ze komen op voor LGBTQI-rechten en vrouwenrechten, staan positief tegenover diversiteit, zijn tegen oorlog, armoede, ongelijkheid en willen vechten voor een betere wereld.

“In de loop van de volgende maanden richtten bredere lagen zich op de eedaflegging als moment om hun ongenoegen over Trumps politiek te uiten. Zo waren er op 20 januari grote protestmarsen die werden gevolgd door de Million Women’s Marches, de grootste protesten in de Amerikaanse geschiedenis. In sommige steden liepen de straten zo vol dat mensen niet konden demonstreren. Op deze acties was een veel ruimer publiek aanwezig. Ook oudere mensen kwamen op straat, waarvan sommigen actief waren in de vrouwenbewegingen tijdens de jaren ’60 en ’70. Zij waren gechoqueerd dat een vrouwenhater als Trump president kon worden. Daarnaast namen grote delen van de Latinogemeenschap deel aan de protesten. Migrantengemeenschappen in Californië kwamen zelfs gedurende verschillende dagen op straat. Ze voelden zich enerzijds geviseerd door Trumps uitspraken over de Mexicaanse gemeenschap en de massadeportaties. De grensmuur maakte het heel duidelijk voor verschillende gemeenschappen dat ze samen moesten vechten om verworvenheden te verdedigen. Anderzijds heerste er het gevoel dat het tijd was voor iets nieuws, iets anders.”

Welke ideeën treden er in die protesten op de voorgrond? Is er een aanzet naar een gezamenlijk programma?

“Binnen de beweging zijn er heel wat verschillende ideeën over hoe Trump moet worden verslaan. Sommigen vinden dat je gewoon op de Democraten moet stemmen. Zij stellen dus eigenlijk voor om de volgende verkiezingen af te wachten. Anderen, zoals wijzelf, zeiden dat hij vanaf dag één moest worden bestreden. Dat protest moet volgens ons de vorm aannemen van betogingen, burgerlijke ongehoorzaamheid en stakingen om het hem zo moeilijk mogelijk te maken zijn maatregelen door te voeren. Ik denk dat de meerderheid van de mensen Trump nog steeds wil wegstemmen. Hoe meer aanvallen er echter volgen, hoe kleiner die meerderheid wordt. Mensen voelen een dringendheid en willen meer directe acties.

“Er is dus nog geen gezamenlijk programma. Socialist Alternative roept de beweging tegen Trump op een breed programma op te stellen, een programma dat duidelijk maakt waar we voor vechten. Op die manier proberen we brede lagen van de samenleving te betrekken: mensen die het moeilijk hebben om rond te komen, die geen betaalbare woning vinden, die bezorgd zijn over hun gezondheidszorg. We vechten met hen onder andere voor een hoger minimumloon van 15 dollar per uur, toegankelijke en kwaliteitsvolle gezondheidszorg, gratis universitair onderwijs en tegen massale arrestaties en politiegeweld. Een dergelijk programma helpt om brede lagen van de maatschappij aan te trekken en het maakt duidelijk wat we willen. We eisen van eender welke machthebber dat deze punten worden uitgevoerd. De geschiedenis leert ons dat dit werkt. Als we naar de Nixon-administratie kijken in de jaren ’70, zien we dat mensen niet enkel tegen de president en zijn beleid streden. Ze vochten voor het recht op abortus, investeringen in zwarte gemeenschappen, zelfs voor milieubescherming en ze hebben gewonnen. Deze strijd was succesvol: als de macht geconfronteerd wordt met een massabeweging die een sterke krachtsverhouding uitbouwt, dan moet ze buigen om te vermijden dat het protest verder escaleert. We moeten mensen herinneren aan die geschiedenis. Er wordt vaak gedacht dat stemmen volstaat. Daarbij wordt vergeten dat massabewegingen en massaal verzet uitermate doeltreffend zijn.”

Socialist Alternative riep op tot honderd dagen van verzet met 1 mei, de Dag van de Arbeid, als voorlopig hoogtepunt. Welke plaats neemt die eerste mei in binnen het verzet tegen Trump?

“Een aantal vakbonden stemden voor stakingen op de Dag van de Arbeid. Er is geen traditie om te protesteren, laat staan te staken, op 1 mei. Dat is heel jammer voor een dag met wortels in de Amerikaanse arbeidersgeschiedenis. We hadden nog nooit een algemene staking in de VS, dus discussies starten op een beperkt niveau.

“Mensen zijn vooral op zoek naar momenten die kunnen dienen als een dag van strijd waar ze naar kunnen opbouwen. Tijdens de eerste weken van verzet werd dag in dag uit geprotesteerd. Dat is erg vermoeiend en niet erg efficiënt. Mensen leren gauw dat ze niet elke dag op straat kunnen blijven komen en dat het belangrijk is om naar grote actiedagen toe te werken.

“Acht maart was zo’n grote actiedag. Er was een oproep voor een vrouwenstaking. Mensen zagen echter dat er niet genoeg naartoe werd gewerkt, dat er niet genoeg werd gedaan om vrouwen actief te overtuigen te staken. Er werd niet genoeg gedaan om de staking collectief te organiseren, om in de verschillende werkplaatsen samen te discussiëren waarom het werk wordt neergelegd, waarom we samen op straat moeten komen. Het was niettemin een belangrijke kans om het stakingswapen te bediscussiëren.

“We kunnen op deze ervaring verder bouwen naar 1 mei toe. De vakbonden zullen een sleutelrol spelen in het overtuigen van mensen om een staking voor te bereiden en een programma voor die staking op te stellen. De vakbonden spelen een gemengde rol: de meesten hebben een heel conservatieve leiding en weten al jaren niet meer hoe terug te vechten. Maar er zijn ook positieve ontwikkelingen. De beweging kan van onderuit druk zetten op de vakbonden om meer te doen. Als dat niet gebeurt, zal de leiding worden gecontesteerd, wat ook een positieve ontwikkeling is.

“De afgelopen tien jaar werden de acties op 1 mei vooral gedragen door de migrantengemeenschap. Veel migranten komen uit landen die wel een traditie hebben rond de eerste mei en internationale solidariteit. Sinds 2006 zijn er migrantenbetogingen op de eerste mei. We verwachten dat de migrantenbeweging massaal naar buiten zal komen, omdat ze onder vuur ligt en omdat ze een traditie heeft opgebouwd. Dit kan een inspiratiebron zijn voor de rest van de beweging.

“Onze taak als socialisten bestaat erin om het idee te vestigen dat 1 mei een belangrijke dag is om te protesteren, samen te werken en dat het mogelijk is om stakingen te organiseren. Wie niet kan staken, bijvoorbeeld omdat er op de werkplaats nog geen krachtsverhouding hiervoor bestaat, roepen we op om andere vormen van solidariteit te organiseren: bijvoorbeeld een actie tijdens de middagpauze. Dit kan 1 mei als dag van actie verder versterken.”

Is er iets dat wij in België kunnen doen om onze solidariteit te tonen?

“Elk deel van de werkende klasse dat strijd voert tegen haar eigen elite betekent een consolidatie van de strijd. Trump wordt met argusogen bekeken door Marine Le Pen en andere rechtspopulistische leiders. Hoe meer jullie in België vechten tegen rechtspopulisme, hoe moeilijker het wordt voor rechts om opgang te maken in andere regio’s. Elke betoging tegen de rechterzijde bij jullie, die het verband legt met Trump en Trumpisme, helpt mensen hier begrijpen dat we vechten voor en tegen dezelfde zaken. Iedereen, waar ook ter wereld, wil immers een goede baan, een goed loon, degelijke gezondheidszorg en gratis onderwijs.”